Een terugblik door Gert Verhaaf op de ‘Zevenster’ Slijk-Ewijk

Huisjes de ‘Zevenster’
Foto: Overbetuwe Nieuws

De Zevenster, ofwel de Slijk-Ewijkse Jordaan, was het kloppend hart van Slijk-Ewijk. In het achterpad tussen de rij van 7 woningen en de rij schuurtjes lag het leven in voor- en tegenspoed soms letterlijk op straat. Het was een bruisend woonwijkje. Bewoners hadden vanwege de bouw en situering weinig privacy.

Als klein kind gingen we vaak naar opa en oma Jansen die precies midden in het blok woonden op nummer 10. Als onschuldige tiener zag je in die tijd het volwassen dorpsleven aan je voorbijtrekken. ’t Was soms hilarisch, soms spannend. Niet zelden was de Zevenster en omgeving, destijds het centrum van ons Dorp, “the place to be”. Daar werd ook het meeste nieuws gemaakt en verhandeld.

Men wist bijna alles van elkaar

Qua leefwijze wist men bijna alles van elkaar. Tussen de woninkjes en schuurtjes lag een gemeenschappelijk betegeld pad met in het midden de gemeenschappelijke goot (mol) waardoor het afvalwater van de gemeenschap links of rechts langs je achterdeur spoelde. Er waren drie afvoerputten. Vrijwel elk gezin had in die tijd wel een varken in het schuurtje voor eigen consumptie. In oktober/november, de slachtmaanden, vloeide het varkensbloed rijkelijk door de goot. Iedereen was dan aan de slacht. Het betekende concurrentie tussen Thé en Wim Krijnen, beiden slachter.

Stiekem fruit plukken

Achter de schuurtjes (oostkant) lag een redelijk diepe groentetuin tot aan het pad naar het huis van Jan Doeleman. Daarin groeiden ook de heerlijkste vruchten. Wij scholieren wisten dat ook. De ‘dapperen’ onder hen hadden die vruchten elk jaar wel eens illegaal geproefd. Er was geen hoge heining maar een klein slootje achterlangs. Even over het pad naar Jan Doeleman lopen en een klein sprongetje over het slootje en wij waanden we ons in het ‘paradijs’. De achtertuin van het perceel van Rein Van Schaik direct achter het schoolplein, was nog aantrekkelijker maar die had wel een super hoog hek met prikdraad bovenlangs. Maar weinigen durfden dat monsterhek te bedwingen.

Frans en de voetbal

Een held die dat wel durfde was Frans Aartsen. Als er luid: FRANSSS !!! werd geschreeuwd hing hij binnen enkele seconden als een chimpansee aan het hek en plofte in no-time tussen de sla- en andijvieplanten. En Frans was supersnel, want de eigenaar was in staat om je een behoorlijk pak rammel te geven.Maar Rein van Schaik was ook aardig en ondeugend. Als hij het beu was, en eerder dan Frans bij de bal in zijn tuin, dan raapte hij die traag op en haalde met een onheilspellende glimlach zijn ontzagwekkende EFFE HERDER (zakmes met een krom stalen lemmet, made in Germany) uit zijn broekzak, veelal onvrijwillig begeleid door zijn grote, rode zakdoek. Met langzame snijbewegingen dreigde hij de (dure) leren bal van scholier Louis Van Ottele (onze super keeper op betontegels!) te fileren, maar liet dat bij een dreiging en nam vervolgens de bal mee naar binnen en gooide hem na de middag over zijn hek op het schoolplein terug. In mijn lagere schooljaren heb ik hem eenmaal een bal in tweeën zien delen maar toen was er ook wel een broeibakraam van hem gesneuveld, dus had hij ook reden om echt boos te zijn. Met instemming van Meester Van Asselt was het ook Frans Aartsen die ballen van het platte dakdeel van de school mocht halen, omdat Frans niet te zwaar was.

Jan en de varkens

Jan Janssen van nummer 10 was een pittig mannetje. Hij liet niet met zich sollen, maar hij was ook velen in het dorp tot hulp. Als iemand in het dorp een toom jonge varkens had werd hij erbij geroepen. Hij ging biggen ringen, tanden knippen en om de geschutstelling van de beren (mannetjes) onklaar te maken c.q. deze te castreren, had hij een setje vlijmscherpe mesjes, geslepen op zijn eikenhouten wetplank met zilverzand. Hij gebruikte lysol om te ontsmetten. Hij werkte bij Sjaak Faber op de boerderij.

Een allesdoener

Maaien met de zig en de zeis was zijn specialiteit. Daar wist hij geweldig mee om te gaan. Hij kweekte groente in zijn achtertuin. Hij was ook een allesdoener, hij maakte van alles. Een nieuwe kruiwagen nodig, geen probleem, Hij maakte eigenhandig solide kruiwagens van eikenhout helemaal zelf, ook de wielen. Jan was op zichzelf, maar hij kon goed overweg met iedereen en had nooit ruzie met de buren. Hij kaartte graag. Een dochter woonde in de buurt en daar ging hij ’s avonds vaak kaarten. Jan wilde graag dat de stapel kleingeld van het gewonnen potje kaarten steeds wat groter werd. Cor van Kleef hielp zijn opa soms wel eens mee om die stapel te verhogen, maar of dat altijd volgens de regels ging is niet bekend.

De kip de jas uitdoen

Jan slachtte kippen als hem dat werd gevraagd en nieuwsgierig toekijkende kleinkinderen en vriendjes liet hij zien dat een kip ook zonder kop kon lopen. Oma nam hem dat niet in dank af, want zij hield niet van dat bloederige gedoe. Als hij, zoals hij zei “die kip de JAS uitdeed” vertelde hij precies wat hij deed en waarom. Sindsdien wisten de toehoorders dat het centrale zenuwstelsel een kip hoog in de rug zat en dus ook zonder zijn/haar kop kon lopen.

Jan was nergens bang voor

Jan was, ondanks zijn kleine maar rappe postuur, nergens bang voor was. Toen twee op hol geslagen paarden, gespannen voor een boerenwagen (van boerderij Scherpenisse, later Sparreboom), vanaf de dijk kwamen stond hij fier midden op de Dorpstraat met wijd gespreide armen en stopte één van de twee paarden. Het paard dat langs hem rende liep zich dood op de betonnen palen van de erfafscheiding op Dorpsstraat, waar destijds gepensioneerd marechaussee van Drempt woonde. Jan ging om de beurt bij al zijn kinderen een week eten. Zo had hij mooi de kost. Stropen was zijn hobby. Helaas voor hem werd hij wel eens gepakt en één keer werd zijn geweer afgenomen.

Geen dakbeschot en achter de schuur een poepdoos

Er waren twee bedsteden in de huisjes. Naar boven moest je door een luik naar de slaapplaats. Met jachtsneeuw lag de sneeuw op bed, want er was geen dakbeschot, je keek zo door de pannen naar buiten. Er was ook geen toilet, maar achter in de schuur was een poepdoos, die als hij vol was moest worden geleegd en werd gebruikt om de tuin te mesten.

Opa Jansen werd 100 jaar

Jan Jansen werd 100 jaar en 3 maanden, fietste nog tot zijn 94e en las tot ca. zijn 95e levensjaar de krant zonder bril en kon zich, ook al was hij een eeuw oud, furieus gedragen als op zijn vele kaartavonden iemand vals speelde. Jan verhuisde ca. 1970 naar de Dorpsstraat, de vroegere winkel van Teun Coenen. Toen kwamen Cor en Ria van Kleef met zoon Ronny in zijn huis wonen. Het verhuurreglement van de Kerk voor de Zevenster was zeer sociaal. Als een echtpaar in de ‘Zevenster’ 50 jaar was getrouwd dan woonden zij na dat jubileum gratis. Opa Jansen werd 100 jaar, dus heeft lang van deze mooie regeling kunnen genieten.

Bron: Terugblik (Gert Verhaaf). Informatie en herinneringen van Gert Verhaaf, Cor van Kleef, Gerrie van Eldik, Hennie Elings en Frans Spaan en Dini Huijbers. Geschiedenis van de ‘Zevenster’ in Slijk-Ewijk

 

 

Reacties

X

Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief
Aanmelden